Startgesprek groep 6: Wat zijn je doelen dit jaar?

Gingen vroeger de ouders een paar keer per jaar naar school om te bepraten hoe het met zoon of dochter ging in de klas, tegenwoordig moet de leerling zelf aanwezig zijn bij het gesprek. De ouders mogen mee als toekijker. Mijn zoon is net negen geworden. Zijn verjaardagstaart kleeft nog tussen onze kiezen als we ons naar school begeven voor het startgesprek van groep 6.

De meester geeft ons een hand maar richt zich meteen tot de leerling: ‘Wat wil je dit jaar gaan doen?’
Mijn zoons ogen worden groot en zijn raderen gaan draaien. Ik weet wat hij denkt. Hij wil dit jaar hutten bouwen, strips lezen en gamen. Maar hij beseft dat dat waarschijnlijk niet het antwoord is wat de meester wil horen. De meester vindt de stilte te lang duren en schuift een blad onder zijn neus waarop zijn resultaten staan en verduidelijkt de vraag: ‘Wat zijn je doelen voor dit jaar?’
Hulpeloos kijkt hij ons aan. We zijn door stomheid geslagen over de vraag, waarop wij ook niets kunnen zeggen. Maar in het hol van de leeuw leert mijn zoon snel en antwoordt wat iedereen in zo’n situatie zou antwoorden: ‘Nog beter worden.’ De meester knikt instemmend. Mijn zoon zucht opgelucht. Hij had correct geantwoord.

  ‘En hoe wil je die doelen bereiken?’, is de volgende vraag van de meester.
Verschrikt kijkt mijn zoon om zich heen. Tot twee minuten geleden wist hij niet eens dat hij doelen had en nu moet hij nog eens weten hoe hij ze wil gaan halen. Hij noemt wat dertien in dozijn oplossingen, waarop weer instemmend door de meester wordt geknikt.
  ‘En wat verwacht je van mij?’, vraagt de meester.
Een ‘uuh’ is zachtjes hoorbaar. De meester reikt wat ideeën aan en nu knikt mijn zoon instemmend. 

Totaal verbouwereerd na zijn eerste functioneringsgesprek haalt mijn zoon zijn jas onder zijn luizencape vandaan. Wij als ouders zijn net zo verbluft. Op de fiets terug zegt mijn zoon dat dat hij dit jaar ook een spreekbeurt heeft én een boekbespreking. Zwaar zuchtend geeft hij aan dat hij maar eens gaat kijken wat hij moet gaan lezen: ‘Harry Potter’ of ‘Het leven van een loser.’
Ik wil het begin van het schooljaar niet zwaarder maken dan het is en geef aan dat hij ook een boek kan nemen dat hij al gelezen heeft. Scheelt weer tijd en het is makkelijker. Zijn ogen rollen even, maar beginnen dan te stralen. Een glimlach verschijnt.
  ‘Dat is een geweldig idee, mama. En ik weet meteen welke het gaat worden. Eentje die nooit iemand doet.’
  ‘Welke dan?’, vraag ik geïnteresseerd.
   ‘Ik neem er één die ik uit mijn hoofd ken. Lekker simpel.’
   ‘En dat is?’ vraag ik in spanning.
   ‘Ik hou mijn boekbespreking over Nijntje!’

Die van mij komt er wel.

  • 24
    Shares

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *